KNF:Service provider koppeling testen

Uit Kennisnet Developers Documentatie
Ga naar: navigatie, zoeken

Entree Federatie-symbol.png Entree Federatie: Service provider koppeling testen

Nl.gif Nederlands En.gif English


Om tijdens de implementatie van een koppeling met Entree Federatie te testen, kan gebruik gemaakt worden van de Referentie Identity Provider. Met behulp van deze applicatie wordt het inloggen van een gebruiker via bijvoorbeeld een Elektronische Leeromgeving gesimuleerd.

Stap 1: Start authenticatie

Ga in een verse browser naar de pagina van je applicatie waar ingelogd kan worden via Entree Federatie en start hier het authenticatie proces.

Stap 2: Selectie Identity Provider

Je wordt nu geredirect naar het WAYF-scherm (Where Are You From) van Entree Federatie.

Wayf01.PNG


Typ in de zoekbox 'referentie'.

Wayf referentie 01.PNG


Selecteer vervolgens 'Referentie Omgeving' en klik op 'Verder'.

Wayf referentie 02.PNG


Stap 3: Referentie Identity Provider

Je wordt nu geredirect naar de Referentie Identity Provider van Entree Federatie. Je ziet hier een lijst met attributen die zullen worden teruggestuurd naar je applicatie. De attributen zijn onderverdeeld in een set Standaard attributen en Aanvullende attributen (hier vind je een overzicht van de attributen).

  • Standaard attributen worden altijd door Entree Federatie aan de Service Provider doorgegeven.
  • Aanvullende attributen worden alleen aan de Service Provider doorgegeven indien de school ervoor expliciet toestemming heeft gegeven via een ondertekende Attribute Release Policy.
Referentie Identity Provider 01.PNG


Indien gewenst kan je de attributen aanpassen.
Let op: Om aanvullende attributen te kunnen gebruiken via de Referentie Identity Provider moet dit geconfigureerd worden. Neem hiervoor contact op met Kennisnet.

Stap 4: Versturen attributen

Nadat je de attributen eventueel hebt aangepast klik je op 'Direct verder naar dienstaanbieder' bovenaan de pagina of 'Verder naar dienstaanbieder' onderaan de pagina. Het authenticatie bericht met daarin de attributen wordt nu naar je applicatie verstuurd. Deze kan nu op basis van de attributen de gebruiker identificeren en autoriseren.